Quarantaineverhaal #10

Dubbeltje op zijn kant

“Als bewaarder moet je om weten te gaan met macht. Ik heb namelijk allerlei middelen in handen om gedetineerden er onder te houden en hoe ik daarmee omga, bepaalt in grote mate hoeveel gezag ik krijg. De middelen zijn enkel bedoeld voor calamiteiten, explosieve momenten waarbij het zaak is de boel zo snel mogelijk weer rustig te krijgen. Door te laten zien dat ik die macht niet misbruik, maar respectvol en gelijkwaardig met gedetineerden om ga, draag ik bij aan een rustige groepsdynamiek op de afdeling. Niemand wil onderdrukt of in een onderdanige positie worden geplaatst en als dit wel gebeurt dan komt die persoon vroeg of laat in verzet. Dit met alle gevolgen van dien. En eigenlijk ben ik nooit echt bang geweest, ondanks dat er zeker situaties zijn geweest waarin ik heel voorzichtig moest zijn. Ook in die situaties bleef ik altijd contact met de gedetineerde zoeken. Al heb ik nog zo’n onmogelijk karakter voor me altijd laat ik merken dat ik hem zie en serieus neem. Het is mijn ervaring dat die vragende, niet-veroordelende houding gewelddadige uitbarstingen kan temperen en daardoor veel ellende voorkomt.

Ik heb ervaren dat je als bewaarder voelsprieten ontwikkelt om te horen wat er niet gezegd wordt. Gedetineerden hebben er baat bij van alles voor ons achter te houden en je wordt zeer geoefend in het tussen de regels door luisteren. Te zien wat er verborgen blijft en zo vat te krijgen op die onderstroom. Het vak van bewaarder is veel meer dan rondlopen met een bos sleutels en het oppikken en anticiperen op die subtiele signalen maakt het soms heel vermoeiend. Dat ik gemotiveerd blijf voor het vak heeft misschien wel te maken met het enige Bijbelse verhaal dat ik tijdens mijn jeugd op een gereformeerde basisschool heb onthouden. Het is het verhaal van de Barmhartige Samaritaan waarin de zorg voor een verschoppeling centraal staat. Ik kan niet tegen onrecht en mensen uitkotsen om wat ze gedaan hebben, past daar niet bij. De daad moet zeker bestraft worden, maar recht doen doe je door daders naast het straffen een tweede kans te bieden.  

Ik ben 24 jaar geleden in het Pieter Baan centrum begonnen en ik weet nog dat ik op die luchtplaats besefte dat ik eigenlijk hele gewone mensen voor me zag. Het maakte dat ik mijn beeld bij moest stellen en besefte dat het belangrijk is ieder mens als individu te zien. Want opgroeiend in een achterstandswijk in Rotterdam weet ik hoezeer criminaliteit verweven kan zijn met het ‘normale’ leven. Neigingen die tot een delict kunnen leiden, zitten in ons allemaal en het is een illusie te denken jij niet kunt ontsporen. Dat het dubbeltje op zijn kant ook in mijn geval een hele andere kant had kunnen uitrollen.”

Foto's: Monica Prigge