Quarantaineverhaal #11

Geen prater

 

“De coronacrisis betekent dat we geen bezoek meer mogen ontvangen en dat is voor mij een ramp. Ik mis mijn moeder en vriendin enorm en dan vooral hun aanraking. Er is wel de mogelijkheid van videobellen, maar dan ontbreekt toch dat lichamelijke contact. Nu ik die kus en knuffel moet missen, voel ik de eenzaamheid extra schrijnen. Ik weet niet goed waarom ik juist aan die aanrakingen zoveel waarde hecht, maar misschien komt het omdat ik het als kind nooit heb gehad. Mijn zusje en ik kregen een snauw of klappen van mijn vader, maar nooit eens een aai over de bol of een schouderklopje. Onze liefde werd gekocht met spullen en ik wist niet beter dan dat normaal was. Het is niet voor niets dat ik, net als mijn vader zelf, al op mijn 15de het huis uit ging om te gaan samenwonen en ik toen pas ontdekte hoe prettig aanrakingen kunnen zijn.

Ik ben tot mijn 34ste altijd bang voor mijn vader geweest. Hij bemoeide zich voortdurend met mijn leven en ik moest gehoorzamen. Op mijn 34ste durfde ik voor het eerst tegen hem in te gaan en ook al heeft dat veel ruzie en andere ellende opgeleverd, toch viel er een last van mijn schouders. Voor het eerst was ik van die angst af. Voor het eerst had ik de moed om iets anders te doen dan in te stemmen. Dat patroon van gehoorzamen zit er diep in. Zeker in groepen val ik stil en doe ik al snel wat een ander mij opdraagt. In het verleden heeft dat ervoor gezorgd dat ik dingen deed waar ik niet achter stond, maar toch deed om mensen tevreden te houden. Zo ben ik ook een aantal keer in een politiecel of de gevangenis terecht gekomen. Ik ging om met de verkeerde mensen, die net als ik uit waren op het snelle geld en ik durfde bepaalde verzoeken niet te weigeren.

Ook al kan ik soms net zo jaloers zijn als mijn vader, toch lijk ik totaal niet op hem. Ik ben eerder het tegenovergestelde, want ik probeer altijd goed te zijn voor een ander. Ik geef van alles weg en heb veel voor een ander over. Of eigenlijk had, want deze detentie heeft me geleerd dat ik mezelf te kort doe als ik mezelf blijf wegcijferen. Het heeft me geleerd dat die zogenaamde vrienden profiteerden van die angst en daarmee mijn vrijgevigheid, terwijl ik nu in vastzit niets meer van ze hoor. Ik ben klaar met die oude patronen en heb besloten dat ik er eerst voor mezelf ben en dan voor een ander. En ik zal wel moeten, want als ik nog een keer vast kom te zitten, ben ik mijn vriendin kwijt. En ondanks dat ik veel ‘vrienden’ verloren heb, is er toch ook een behoorlijk aantal mensen overgebleven dat mij door dik en dun steunt. Mensen waar ik van op aan kan en die niet met me omgaan omdat ze me nodig hebben. Gelukkig heb ik hen, want zonder hen was het voor mij allang niet meer nodig geweest. Ik strijd nu voor hulp voor mijn depressies. Ik wil aan mezelf werken, het verleden achter me te laten, maar op de een of andere manier lijk ik niet gehoord te worden. Word ik overschat. En opstaan en voor mezelf strijden is nu juist iets dat ik nog moet leren.”

 

Foto's: Monica Prigge