Quarrantaineverhaal #14
Kuifje
“Toen ik 27 jaar geleden bij Justitie begon, kreeg ik van mijn mentor het advies elke gedetineerde te wantrouwen. Ik nam het advies ter harte, maar ben er gaandeweg van afgestapt. Ik merkte namelijk dat wanneer ik liet zien dat ik te vertrouwen was ik dit vertrouwen terug kreeg. Wanneer ik doe wat ik beloof en daardoor laat zien dat ik betrouwbaar ben, krijg ik vaak respect terug. Er kan zo een vertrouwensband ontstaan waar de gedetineerden en ik gedurende de detentie wederzijds bouwen. Zoals in het geval van een grote, donkere gedetineerde waarvan ik als mentor ontdekte dat hij nauwelijks kon lezen en schrijven. Hij schaamde zich erg, maar omdat hij had ervaren dat ik er was om hem te helpen, stemde hij in om onderwijs te volgen. Hij leerde niet alleen lezen en schrijven, maar nam mij in vertrouwen over zijn achtergrond en zijn moeilijkheden. Na zijn vrijlating kreeg de afdeling een kaartje met daarop woorden van dank voor de goede zorgen en in het bijzonder dank aan ‘Kuifje’, mijn bijnaam in de de bajes. Dat was zo’n prachtig moment waarop ik bevestigd werd in mijn vertrouwen in de mensheid.
Mensen buiten denken wel eens dat het hierbinnen een hotel is, maar men beseft niet dat vrijheidsberoving een hoge straf is. Het is moeilijk voor te stellen hoe het is om -als je geluk hebt alleen en zo niet met een celgenoot- opgesloten te zitten in een ruimte van 2 bij 4 meter. Het is moeilijk voor te stellen een groot deel van de dag omringd te zijn door vier betonnen muren met een deur die enkel door een ander van het slot gedraaid kan worden. De wereld van een gedetineerde is heel erg klein en hij beleeft vaak, ondanks afleidingen als tv, lange, eenzame uren. Ook is hij overgeleverd aan de routine en de regels van het systeem waarbij hij op een krappe afdeling moet leven met mensen waar hij niet voor gekozen heeft. Vrijheid is een groot goed en het is onze taak als bewaarders de straf op zo’n wijze uit te voeren dat deze niet schadelijk is, maar wel louterend werkt.
Er is in de jaren veel veranderd in het gevangeniswezen en de bejegening is nu veel humaner. Bij binnenkomst wordt al ingezet op re-integratie en het mooie vind ik dat gedetineerden veel minder op hun gedrag worden afgewezen. Achter veel probleemgedrag schuilt een hulpvraag en er wordt nu veel meer onderzocht naar wat er nu eigenlijk aan de hand is. Door vreemd gedrag niet in te vullen en te veroordelen, kun je het echte verhaal te horen krijgen. En het echte verhaal, dat is waar ik als bewaarder, en als mens, wat mee kan.”