Quarantaineverhaal #4
De mens achter het delict
"Ik ben dit vak toevallig ingerold. Ik nam via het arbeidsbureau deel aan een project waarbij allochtonen en vrouwen de arbeidsmarkt op werden geholpen. Dat is alweer 26 jaar geleden. In de beginjaren waren de bewaarders overwegend mannen en vooral de oudere collega’s maakten nog wel eens vrouwonvriendelijke grapjes. Grapjes, maar je kon er een kern van hun overtuiging in terug vinden. Zoals die keer dat ik de afwas deed en er ‘tenminste eentje was die haar plek weet’ werd gezegd. Ik liet alles uit mijn handen glijden en ging weer bij ze aan tafel zitten. Ik liet me er niet door van de wijs brengen, maar het heeft me wel geleerd anderen altijd te behandelen zoals ikzelf behandeld wil worden.
Ik ben hier niet om te oordelen, dat is de taak van de rechter. Ik bied zorg op een afdeling waar gedetineerden verblijven die vanwege een psychische stoornis of de aard van hun delict te kwetsbaar zijn om op de gewone afdelingen te functioneren. Ze zouden een te gemakkelijke prooi zijn voor afpersing of andere misstanden. Of in het geval van zedendelinquenten het mikpunt van vergelding en daarmee zwaar geweld. Detentie is bedoeld als straf, maar moet ook veilig verlopen, juist omdat verdere traumatisering herstel in de weg staat. Als bewaarders begeven we ons in een spanningsveld waarbij we enerzijds disciplinerend moeten optreden en anderzijds de gedetineerde humaan moeten blijven benaderen. De mens zien achter het delict. Ik probeer daarbij altijd een luisterend oor te bieden bij de vele problemen die er vaak zijn. Dat betekent niet dat ik hun delict goedpraat, maar ik probeer hen op respectvolle manier te confronteren met hetgeen waar ze de fout in zijn gegaan. Het probleem niet langer bij een ander neer te leggen, maar samen te onderzoeken wat hun eigen aandeel in het geheel is.
In het begin was ik nog wel geïnteresseerd in het delict, maar nu is dat niet meer zo van belang. Ik krijg tijdens overleg wel informatie, maar probeer dat zoveel mogelijk van me af te zetten. Dat is soms moeilijk, want een delict kan je raken en daarmee de relatie beïnvloeden. Het is voor mij belangrijk me niet boven die ander te plaatsen, maar vooral naast. Je moet het toch samen doen op zo’n kleine afdeling. Je krijgt toch een band met elkaar en het is mooi als je de tijd die ze vastzitten in goede harmonie kunt laten verlopen. En mooie verhalen zijn er zeker te vertellen, zoals die jongen die zei dat hij nooit meer terug zou komen. Ik neem dat soort opmerkingen altijd met een korrel zout, omdat enkel tijd uit kan wijzen of hij gelijk heeft. Deze jongen kwam ik na lange tijd tegen in Almelo. Hij was met zijn vrouw en kind en zag er goed uit. Hij herkende me en vertelde dat hij zijn leven op orde had gekregen. En hij bedankte me voor de ‘goede’ en leerzame tijd in de bajes."
Foto's: Monica Prigge-Hulst